Lib. Soc. Press Logo

Een valkuil voor de vakbeweging

"Wij wijzen alle gepriviligeerde, gepatenteerde officiële en legale wetgeving, autoriteit en beïnvloeding af, zelfs als het uit het algemeen kiesrecht is voortgekomen. Wij zijn ervan overtuigd dat zij steeds uitsluitend ten dienste van een dominerende en uitbuitende minderheid staan, en uitsluitend tegen de belangen van de grote, geknechte meerderheid worden aangewend." Dit zegt Bakoenin (door mij vrij vertaald) in zijn 'Gott und Staat' (Rohwolt bundel). Bakoenin is ervan 'overtuigd'. Aan de hand van wat de burgerlijke rechtssociologie in Duitsland, met Luhmann als voorman, aan inzichten verschaft, wil ik laten zien dat Bakoenin er kennelijk niet ver naast zit. Het woord 'burgerlijk' gebruik ik als 'niet-marxisties'.

SOCIAALDEMOKRATEN

Luhmann bestudeert de 'Legitimation durch Verfahren' (titel van zijn boek; Luchterhand, band 66), wat ik vertaal met het 'Aanvaardbaar maken door procedures'. Luhmann geeft met zijn analyse een beschrijving van wat Bakoenin met zoveel afgrijzen vervuld, en waarvoor Sorel waarschuwde (zie zijn 'Reflexions on violence'): "Het grootste gevaar, dat het syndikalisme bedreigt, is, dat het probeert de demokratie te imiteren; het zou beter zijn als het voorlopig tevreden bleef met zwakke en chaotieke organisaties, dan dat het zou vallen onder de heerschappij van de vakbeweging, die de politieke vormen van de middenklasse kopieert".

In zekere zin is er een parallel te trekken tussen de studie van Luhmann en die van Agnoli in zijn 'De transformatie van de demokratie'. Agnoli, als Marxist, heeft in de burgerlijk-wetenschappelijke wereld nauwelijks gezag (ten onrechte). Hij geeft weer waarop de demokratie door het parlementarisme zal uitlopen. Luhmann beschrijft de 'regels' volgens welke het spel der transformatie wordt gespeeld. Door alleen een 'beschrijving' te geven van de regels van het spel begeeft hij zich niet op het normatieve vlak, althans zo heet het. Dat dit niet opgaat, m.a.w. dat wij altijd normatief bezig zijn, is een probleem dat hier niet aan de orde is.

Het is interessant om te zien hoe de burgerlijke (rechts)wetenschap de regels beschrijft van het spel, en hoe de sociaaldemokraten reeds vroeg in de kuil tuimelde, die het grootkapitaal had gegraven. Luhmann's analyse is vooral gericht op het rechtsbedrijf, de verkiezingen en wetgeving, en het beslissingsproces bij het openbaar bestuur. De inzichten van deze analyse kunnen zonder meer op de vakbeweging en haar positie in de huidige publiekrechtelijke organen worden geënt. Om die inzichten toegankelijk te maken, zal ik eerst een samenvatting geven van de kern van Luhmann's betoog.

Daarna schets ik het histories verloop van het korporatieve denken in de SDAP en het NVV, om dit een plaats te geven in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties (P.B.O./S.E.R).

STRUKTUREEL

Voor het begrijpen van Luhmann moet men even wennen aan zijn terminologie. Kernwoorden zijn ondermeer 'reduktie' van 'kompleksiteit', 'legitimatie', 'selectie', 'absorptie', 'procedures' (Verfahren), 'intersubjektiviteit'. Die woorden komen in een bepaalde volgorde te staan, zodat er een zeker betoog mee te voorschijn komt. Het betoog loopt als volgt.

Luhmann vraagt zich af, hoe het toch komt dat we aanvaarden, wat we aanvaarden (bepaalde beslissingsvoorwaarden, en beslissingen). Hij beschrijft dus een proces. Vandaar dat ik 'legitimation' vertaal met 'aanvaardbaar maken'. Een proces veronderstelt een zekere structuur, die zelf weer een zeker systeem veronderstelt. Procedures maken die structuur bruikbaar. De oneindige kompleksiteit van onze wereld (Umwelt) kan ermee 'vereenvoudigd' worden. Luhmann zegt over die vereenvoudiging dat procedures structureel zo georganiseerd zijn, dat zij het handelen niet zozeer vastleggen, maar wel in een zeker functioneel perspektief brengen. De aanvaarding wordt in de procedure 'gegeneraliseerd' (gaat als algemeen gelden), wat stabiliteit in de verhoudingen van de in-een-procedure-gewikkelde partijen brengt. Op deze manier vindt een uitzuivering van geschilpunten plaats. Het proces dat hier wordt geschilderd, kent een ieder van ons wel.

Je bent in discussie met iemand. Je spreekt af dat bepaalde zaken vaststaan (dit is de 'uitzuivering' of wel de 'reduktie van kompleksiteit'). Nu dreigt de beslissing (welk 'logies' juist is) en die aanvaardt de ander niet. Deze komt bijv. terug op eerdere, als vaststaand aangenomen, zaken. Hij doorbreekt de in de procedure ontstane stabiliteit. Verontwaardigd roepen we dan: nou moet je daar niet op terugkomen, of, dat had je eerder moeten zeggen.

Dat we dit uitroepen komt, aldus Luhmann, omdat we ervaren dat de werkzaamheid van de 'reduktie van kompleksiteit', door de opbouw van de structuur waarin de discussie (de procedure, het Verfahren) plaatsvindt, wordt doorbroken ('gefrustreerd'). De vervulling van die werkzaamheid betekent nl. een generalisering van de gedragsverwachtingen. Immers eenmaal zover met de discussie gevorderd, verwacht je niet dat de tegenspeler terugkomt op eerder gedane uitspraken, aanvaarde beslissingen of beslissingsvoorwaarden. M.a.w. het vaarwater waarin de vakbeweging zich heeft laten manouvreren, leent zich niet voor 'revolutie' (in socialisticse zin), omdat de tegenspeler (het grootkapitaal) niet uit is op revolutie (hooguit contra-) Opzet van de legitimatie van beslissingen geschiedt dan ook in de grond om een effectief, zo mogelijk storingsvrij, leren in het sociale systeem, zegt Luhmann. Hij, de burgerlijke wetenschapper, legt uiteraard geen verband, wat een marxistiese wetenschapper wel zou doen, tussen de 'ideële' bovenbouw van de maatschappij en haar economiese basis. Bakoenin doet dit wel, evenals Sorel, zo blijkt uit de openingscitaten van dit artikel. Op zichzelf hoeft dit verzuim van de burgerlijke wetenschap ons niet te storen; immers niemand houdt ons tegen het zelf dan maar te doen.

PARTIKULIER EIGENDOM

De relatie die ik zodadelijk aan de hand van hedendaagse wettelijke constructies als de S.E.R. wil tonen, maakt het noodzakelijk eerst iets over de ontwikkeling in de SDAP en het NVV te zeggen.

Eens, heel lang geleden, was het allemaal om het socialisme begonnen. Maar al spoedig kwam Domela Nieuwenhuis tegenover Troelstra te staan. De eerste verklaarde zich vóór revolutionair-optreden ter bereiking van het socialisme, de ander wilde liever een evolutionaire weg volgen.

Domela was, evenals Bakoenin, ervan overtuigd 'ingepakt' te worden wanneer hij het socialisme langs evolutionaire weg zou trachten te verwezenlijken. Troelstra had meer gevoel voor het heersende sociale klimaat waarop de legitimiteit berust. In dit klimaat geldt dat de erkenning van verbindende beslissingen zich als vanzelfsprekend institutionaliseert, zo leert Luhmann. Troelstra kon daarom wél in het parlement geloven en Domela niet. De laatste wist toen wat Luhmann nu 'wetenschappelijk' naar voren brengt: het kiesrecht is in eerste instantie een proces om tot absorptie (opslokking) van konflikten en protesten te komen. Het kiesrecht biedt dan ook een gelegenheid om de ontevredenheid uit te drukken, zonder gevaar voor de structuur, aldus de niet-marxistiese Luhmann.

Troelstra 'geloof' in het legitimerende van de procedure. Hij verleidt zichzelf, en verraadt (te goeder trouw) daarmee de revolutie, door in 1907 de nota te schrijven 'Het politieke systeem der sociaaldemokratie'. Dan nog gaat het om het socialisme (doel), en 'socialisatie' is zijn middel. Afgezien van andere publikaties verschijnt in 1921 het 'Socialisatie-rapport' (van de SDAP en het NVV) en in 1923 het rapport 'Bedrijfsorganisatie en medezeggenschap'. In dit laatste rapport wordt de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie een middel om tot socialisme te komen. De socialisatie was zelf echter een middel om tot socialisme te komen. We zien hier dat socialisatie van middel tot doel wordt, en zo schuift het socialisme als doel van de SDAP/NVV weg. De middelen zijn doelen geworden. Een hoogtepunt in dit verband is het in de Tweede Kamer aangenomen amendement-Troelstra (grondwetswijziging 1922), waardoor het huidige art. 87 in de grondwet kwam. Dit artikel verplicht dat vaste kolleges van advies en bijstand aan de regering bij wet moeten geschieden. Die wet moet tevens regelen geven m.b.t. de inhoud van de benoeming, samenstelling, werkwijze en bevoegdheid van de kolleges. Dit grondwetsartikel heeft echter niet voorkomen dat advieskolleges inzake 'kernenergie' voor een groot deel bemand worden met vertegenwoordigers uit de groot-industrie (denk aan de nasleep van de Kalkarheffing). De strijd om de tot doel geworden 'middelen' is een afgeleide strijd geworden, waarvoor de sociaaldemokraten in 'procedures' zelf het pad hebben geëffend. Niets blijft over van het oorspronkelijke doel, wat uit het rapport over de bedrijfsorganisatie blijkt.

Dit rapport van de SDAP en het NVV gaat ervanuit dat de eigendom moet blijven waar zij 'thans' (toen, maar nu nog) is: bij de particuliere ondernemers/kapitalisten. De hele activiteit heeft geleid tot een publiekrechtelijke wetgeving - met de bekroning in 1950 - waarin de 'erkende' vakbeweging participeert. Door procedures te aanvaarden, wat wil zeggen: door bereid te zijn het revolutionaire pad te verlaten, kon de erkende socialistiese beweging de teugels van de legitimerende werking van die procedures worden aangezet.

PARITAIR

Met nadruk zeg ik 'erkende'. Zoals wellicht bekend is het oprichten van vakverenigingen in Nederland vrij; de waarborgen liggen daarvoor in de grondwet en in de wet op de verenigingen en vergaderingen. Om als vakvereniging te kunnen functioneren is het meer dan wenselijk dat de vereniging 'rechtspersoonlijkheid' bezit. Ook de erkenning als vereniging hoeft niet op al te veel moeilijkheden te stuiten. Maar het betekent natuurlijk wel wat, als je bereid bent de 'procedures' te volgen. Je reduceert niet alleen voor je zelf, maar 66k voor de tegenspeler, de kompleksiteit!

Het ontbreken van noemenswaardige overheidsbemoeienis bij de oprichting en inrichting van de vakvereniging betekent niet, dat de overheid alle vakorganisaties gelijk stelt voor het meespelen in de sociaal-ekonomiese besturing van Nederland. De centrale overheid heeft voor het effectief zijn van vakverenigingen zo haar eigen maatstaven. In het publiekrechtelijke sfeertje is 'erkend' een ander begrip dan in de sfeer van het verenigingsrecht ('erkenning'). Het eerste 'erkend' betekent: de centrale overheid vindt die en die vakbeweging 'representatief', en het is de minister die dit verklaart. Zo blijkt op dit moment ruwweg 40% van de onzelfstandige beroepsbevolking georganiseerd te zijn, waarvan 80% is aangesloten bij de 'erkende' bonden. Tel daarbij op de paritaire samenstelling (in vertegenwoordigende lichamen zitten dan evenveel werknemers- als werkgeversvertegenwoordigers) van de publiekrechtelijke organen waarin de vakbeweging participeert, en je hebt een pracht van een handvat om aan te tonen dat het 'domme getal van de-helft-plus-een' niet regeert! Door procedures heeft de socialistiese beweging zich uit laten zuiveren. De legitimatie door procedures heeft uitsluitend tendienste gestaan van een nog steeds uitbuitende minderheid. Zij kan blijven uitbuiten, zij kan blijven kapitaliseren (Marx), zij kan blijven stelen (Proudhon), volstrekt legaal omdat zij zich houdt aan de spelregels).

INTERSUBJEKTIEF

Zij kan blijven doorgaan omdat ook de vakbeweging (de gehele sociaaldemokratie) zich aan de regels houdt. De vakbeweging en ook de socialistiese partij is vergeten dat de 'bovenbouw' in eerste instantie door zijn 'basis' is bepaald. Door uit te gaan van de particuliere eigendom van de produktiemiddelen (voor de SDAP en het NVV reeds sinds de beginjaren twintig) heeft zij de structuren aanvaard, die passen bij het kapitalistiese systeem. De organen die in het leven worden geroepen kunnen niet anders dan gericht zijn op het behoud van dat systeem. Het doel van dit al: door van naar van te voren vastgestelde regels verlopende procedures te handelen, de gereduceerde kompleksiteit intersubjektief overdraagbaar maken, (Luhmann). Intersubjektiviteit is die 'waarheid' die door de spelpartners als waarheid wordt erkend; 'waarheid' hier dus als activiteit (erkennen) niet als geloof. Het vaststellen van de procedures vindt echter in een ongelijke (nl. kapitalistiese) situatie plaats. Maar heb je eenmaal A gezegd (wat de vakbeweging deed), dan moet je ook B zeggen, zo heet het in de volksmond. Het van A naar B gaan verlangt intersubjektief overdraagbare procedures. De kapitalist (vanaf de middenklasse) 'verstaat' de socialist én andersom, zoals ik tijdens programmadebatten in de gemeente Dordrecht mocht ervaren, waar bleek dat tussen de

wensen van de PvdA en VVD uitsluitend overeenstemming was. Als revolutionair-socialist, zoals Bakoenin toen en Domela later weet je dat er dan iets mis is; als evolutionair-socialist denk je dat je op winst staat. Om een lang verhaal kort te maken: achteraf blijkt dat je bent 'ingekapseld'. Een ieder weet nu tenminste hoe dat gaat.

BESLUIT

Onnodig lijkt het hier de aandacht te vestigen op het feit dat 'het waarmaken door procedures' zich niet tot de burgerlijke maatschappijen beperkt. De hedendaagse anarchist Bookchin heeft overtuigend aangetoond (in diens bundel 'Post-scarcity anarchism') hoe 'bourgeois' de marxistiese notie van besturen is (inklusief de mogelijkheid tot eksessief gebruik van vooral fysieke dwangmiddelen). En zelfs een anarcho-socialistiese samenleving lijkt mij niet zonder procedures van aanvaardbaar-maken te kunnen, met dit verschil: de relaties in een anarcho-socialistiese samenleving zijn open, niet-vervreemd en kreatief. De reden hiervoor is dat in die samenleving wordt uitgegaan van wat Bookchin noemt 'de voorwaarden van de vrijheid' (conditions of freedom). Die voorwaarden zijn: a) decentralisatie, b) leefgemeenschappen, c) hantering van de menselijke maat, d) directe demokratie. Deze uitgangspunten zijn te verwezenlijken wanneer is afgerekend met het schaarste-probleem, wat Bookchin heeft gedaan.

De burgerlijke- en marxistiese maatschappijen hebben dit niet gedaan. Zij concentreren zich nog immer op de 'voorafgaande voorwaarden voor vrijheid' (preconditions of freedom), waarbij het schaarste-probleem centraal staat. Daarmee binden die maatschappijen zich op het gebruik van 'burgerlijke' middelen als: hierarchie, kader en centralisatie.

De vakbeweging in die maatschappijen legitimeert dan ook de macht van weinigen (hier de 'regeringstop', daar de 'partijtop'). In een anarcho-socialistiese samenleving legitimeert dan ook de macht van velen (denk aan Barcelona 1936-37 tijdens de Spaanse Burgeroorlog). M.a.w. het probleem is niet dat je bent 'ingekapseld', maar waarvoor je je hebt laten 'inkapselen': dit is in de bestaande kapitalistiese maatschappij en in het belang van het 'Kapitaal', in de ons bekende socialistiese maatschappijen het belang van de 'Partij', en in de anarcho-socialistiese samenlevingen het belang van ons-zelf. In die samenlevingen is het 'mij gaat niets boven mijzelf' (Stirner) samengetrokken in 'alleen door de vrijheid van anderen word ik pas werkelijk vrij' (Bakoenin). Of om het in woorden van Bookchin te zeggen: de macht van de ene mens over de andere mens kan alleen vernietigd worden door hetzelfde proces dat de mens macht geeft over zijn eigen leven, waarin hij niet alleen zichzelf ontdekt, maar waarin hij ook zichzelf in al zijn sociale dimensies weet te formuleren. Een vakbeweging die niet daaraan werkt, is in anarcho-socialistiese zin een falende vakbeweging, is daarmee een handlanger van de belangen van het 'Kapitaal' of de 'Partij'.