Lib. Soc. Press Logo
World War I

Is deze oorlog een kapitalistische oorlog?

English

Is deze oorlog een kapitalistische oorlog?

Wij weten, hoe in de huidige samenleving de wereld geregeerd wordt door de vereenigde kapitalisten, de financiers, en hoe zonder eenigen twijfel alle oorlogen der laatste tientallen van jaren sterk beheerscht werden door kapitalistische belangen, al werden ze niet enkel en alleen daarom gevoerd.

In den oorlog tusschen de Vereenigde Staten en Spanje waren het de rijke suiker- en tabaksplantages, benevens de ijzerhoudende bodem van Cuba, die voor de Amerikaansche kapitalisten op 't spel stonden.

In den Transvaaloorlog ging het in hoofdzaak om de gouden diamantmijnen. De Russisch-Japansche oorlog werd beheerscht door de handel van Mandsjoerije en de handelsbetrekkingen met China. De oorlog tusschen Turkije en Italië hing van den aanvang af samen met financiële belangen, in het bijzonder die van de Banco di-Roma. En zoo zou men kunnen voortgaan. Deze waarheden hebben velen onzerer toepast, de zaak dermate te vereenvoudigen, dat men slechts het woord „oorlog" heeft uit te spreken, om onmiddellijk de woorden „kapitalist" en „financier" eraan vastgekoppeld te hooren. En toch heeft de oorlog tusschen Rusland en Japan zoo sterk het karakter van een rassenstrijd gedragen, dat men dit moeilijk terzelfder tijd kon vereenigen met kapitalistische belangen, en de grondgedachte „Azië voor de Aziërs" houdt meer in dan simpele financiële bedoelingen, hij hangt nog van tal van andere factoren in de beschaving der volken af.

De ingewikkeldheid der oorzaken, die alle te zamen den oorsprong der oorlogen vormen, is nog duidelijker aan den dag getreden in den laatstgevoerden Balkan-oorlog, waarbij het verschil in ras, godsdienst, zeden en gewoonten der volken een belangrijke rol heeft gespeeld, evenals dit het geval was bij de opstanden in Albanië en elders. Nochtans zou men zich van dit complex van factoren kunnen afmaken met de bewering, dat het kapitalisme als eenige oorzaak er aan ten grondslag lag.

Daarbij komt, dat velen onzer zelfs geen verschil zien in de begrippen „kapitalistisch" en „economisch" en niet schijnen te zien of te willen zien, dat, zoolang de arbeidersgroepen de sociale en technische bekwaamheden nog missen, niet alleen om de regeeringen omver te werpen en de revolutie in de straten te beginnen, maar ook om de leiding der groote industriëren, der spoorwegen enz. op zich te nemen, wij ook verplicht zullen zijn ons te schikken in een kapitalistische samenleving; met wat wij kapitalistisch noemen worden dan eigenlijk bedoeld de economische belangen der geheele bevolking, niet alleen de kapitalisten, de financiers, maar ook de boeren en de arbeiders.

Om bijvoorbeeld stil te staan bij Servië, het land, dat ook in den huidigen Europeeschen oorlog een rol speelt; gaarne neem ik aan, dat de wensch, zich van Oostenrijk onafhankelijk te maken, bij dit land heeft voorgezeten en dat in 't bijzonder de varkensfokkerij in Servië — 'n nationale industrie, waarvoor Oostenrijk een groot afzetgebied leverde — een haven aan de Adriatische zee en een spoorweg, het binnenland met die haven verbindende, noodig maakte. Ook weet ik, dat de groote financiers, reeds voor den oorlog, de verschillende noodig geachte spoorlijnen hadden getraceerd; maar laat men mij daarom nu niet komen aandragen met de bewering, dat het de kapitalisten van het, uit een kapitalistisch industriële oogpunt, zoo weinig ontwikkelde land waren, die bij de economische ontwikkeling van hun land alleen geïnteresseerd zouden zijn. Laat men mij nu niet komen vertellen, dat het voor den eenvoudigen boer, voor den armsten Servischen varkenshoeder hetzelfde is of de varkens 10, 20 of 100 % in waarde stijgen.

De voornaamste oorzaak van den vreeselijken krijg, die thans over Europa en Azië woedt, schuilt elders en is volstrekt niet een strijd tusschen de kapitalisten der verschillende landen.

Het is eenvoudig een beschavingsstrijd.

De arbeiders der verschillende landen zijn slecht op de hoogte, als zij zeggen, zooals ik het den laatsten tijd op vergaderingen meermalen hoorde: „Wij, arbeiders, hebben bij dezen oorlog geen belang, het is een kapitalistische oorlog.”

Ik beken, dat ik stom-verbaasd was, toen ik dit argument voor de eerste maal in de discussies hoorde. „Wat, riep ik uit, gij meent, dat dit een oorlog der kapitalisten is. Maar ziet ge dan niet, dat de geheele democratische beschaving van West-Europa, alles wat wij door den vooruitgang gedurende lange jaren gewonnen hebben op het stelsel van onbeperkte macht, in 't gedrang komt?”

Inderdaad, laten wij den oorsprong van dezen oorlog eens nagaan. Het misnoegen van Oostenrijk tegen Servië na het succes van dit land in den Balkan-oorlog is te begrijpen en het is duidelijk, dat de moord op den Oostenrijkschen groot-herlog-troonsopvolger en diens gemalin te Serajewo slechts een voorwendsel is geweest. Toch houdt dit voorwendsel verband met het antagonisme tusschen het Germaansche en het Slavische ras en de anti-Duitsche propaganda, door de Serviërs in Bosnië en Herzegovina gevoerd. Daarop volgt de interventie van Rusland. Ook hierbij speelt de rassen-vijandschap een rol en men zou ongelijk hebben, wanneer men beweerde dat Rusland tusschenbeide is gekomen enkel en alleen, omdat de Russische kapitalisten meer met de Servische kapitalisten op hebben dan met de Oostenrijkse kapitalisten; geen hunner immers kent een vaderland.

Waar verder Frankrijk zich aan de zijde van Rusland heeft geschaard en niet opnieuw de fout van 1866 heeft begaan, toen het Oostenrijk door Pruisen heeft laten verpletteren, om eenige jaren later op zijn beurt verpletterd te worden, daar denke men wat men wil, maar... het zijn volstrekt niet uitsluitend kapitalistische belangen, waarom het hier gaat.

Ik ga verder. Ik weet zeer goed door mijne economische studies wat kapitalisme is. En ik heb dan ook van den zomer tot het laatste oogenblik toe geweigerd te gelooven aan de mogelijkheid van een oorlogsverklaring door Duitschland tot Frankrijk en Rusland gericht, juist omdat ik wist dat deze oorlog duizende Duitsche kapitalisten zou ruïneeren, zelfs als er overwonnen wordt en in geval van een nederlaag, een nationale ramp zou inhouden.

Men kon vooreerst voorzien, dat de Engelsche en Fransche vloot de zee zouden beheerschen, voor 't geval Engeland zich bij de verbondenen zou voegen. De gevolgen daarvan zouden immers zonder twijfel zijn het lam leggen van den geheelen Duitschen handel ter zee, de verovering van alle Duitsche schepen die zich onderweg bevonden, het verlies der Duitsche koloniën, terwijl heel de arbeid, jaren lang door de Duitsche kapitalisten verricht voor den overzeeschen handel, ernstig in gevaar zou worden gebracht.

Er is meer: meer dan eenig ander land in Europa, werkt de Duitsche industrie voor de wereldmarkt. In Duitschland heerscht niet het betrekkelijke evenwicht tusschen landbouw en handel als in Frankrijk; Duitschland heeft geen uitgebreide koloniën als Engeland. Niettemin hebben zich de groote fabrieken der Rijnsch-Westfaalsche provincies en van Silezië enz. gedurende de laatste tientallen van jaren buitengewoon uitgebreid. Deze fabrieken moeten dag en nacht werken om het daarin belegde kapitaal rendable te maken. Als zij maanden lang zouden moeten stopzetten, door het eenvoudige feit, dat hun afzetgebieden gesloten zouden zijn, zou dit den ondergang beteekenen van duizenden kapitalisten, wier vermogen is vastgelegd en in de uitgestrekte gebouwen en in de machinerieën, die, tot rust gedoemd, achteruitgaan. Bovendien zouden de groote Amerikaansche trusts niets liever zien dan zich meester maken van de afnemers, die de Duitsche handel en industrie zich in een kwart eeuw had weten te veroveren.

Laat men met dit alles voor oogen nu niet vertellen, dat de Duitsche kapitalisten de oorlogsverklaring hebben gewild.

Van particuliere zijde gewerden mij uit de handels- en industriële kringen van Berlijn andere en veel aannemelijker beschouwingen.

De bij handel en nijverheid betrokkenen zeggen: „Wij hadden nacht en dag te zwaar te werken dan dat wij ons met de politiek konden bemoeien, die hebben wij overgelaten aan den keizer en aan de jonkerpartij. Wij hebben waarlijk niet om dezen verwoestenden oorlog gevraagd.”

Kom nu, laten we toch inzien, dat de strijd van Duitschland om de wereldheerschappij in Europa vóór alles is een rassenstrijd en een regeeringsstrijd. En al zouden bij dezen krijg ook financiële belangen op 't spel staan, al zouden de behoeften tot economische expansie en de koloniale politiek meer gewicht in de schaal hebben gelegd bij het vooruitzicht van een mogelijke uitbreiding van het Duitsche grondgebied, men zou ongelijk hebben, te meenen, dat dit vooruitzicht uit kapitalistisch oogpunt zooveel offers waard was, evenals men zou misstasten, indien men de kapitalisten alleen verantwoordelijk wilde stellen voor dezen oorlog.

In de arbeiderskringen der groote Duitsche syndicaten is men even imperialistisch van gevoelen als in de kringen der leiders en als men het werk van den sociaal-democraat Edouard Bernstein: Socialisme in theorie en in praktijk, naleest en de bladzijden opslaat, die handelen over de noodzakelijkheid der koloniale politiek van het Duitsche rijk, zou men begrijpen, dat men zich van de ingewikkelde vraagstukken, die dezen oorlog in 't leven riepen, niet kan afmaken door eenige woorden van verwijt te richten tot „de kapitalisten.”

CHRISTIAAN CORNELISSEN.

(Uit: La bataille syndicaliste).